Bleau voor boulderaars en geologen

Boulders in Fontainebleau

Voor de klimmers onder ons is het een bekend en geliefd gebied: de boulders in Fontainebleau (Frankrijk). Maar hoe zijn al deze rotsblokken daar in het bos terechtgekomen?

Een grote kom vol zand
Fontainebleau ligt in het Parijs-bekken, een grote kom waarin sediment zich heeft opgehoopt. Het zand is tijdens het Oligoceen (30 miljoen jaar geleden) afgezet aan de rand van de toenmalige kustlijn. De zee heeft zich vervolgens landinwaarts verplaatst en er is een kalksteenpakket bovenop het zand afgezet. Hierna is de zeespiegel weer gedaald.

Opgelost silica in grondwater plakt het losse zand aan elkaar tot steen.

Ter hoogte van de grondwaterspiegel zijn er grote lensvormige zandpakketten aan elkaar geplakt door opgelost silica (kwarts) in het grondwater. Deze relatief harde zand/kwartspakketten vormen langgerekte, hoge richels in het landschap. Aan de randen van deze richels ontstaan scheuren en losse rotsblokken rollen naar beneden, voila: boulders!

Stukken gecementeerd zandsteen verzamelen zich op en onderaan de helling.

Zwerfkeien?
De onregelmatige, hoekige rotsblokken zijn in miljoenen jaren door watererosie afgerond tot de mooie ronde boulders die je vandaag ziet. Het zijn dus geen zwerfkeien die door gletsjers zijn neergelegd, want tijdens de laatste ijstijden is het ijs nooit tot in Frankrijk gekomen.

De kracht van water
Bijna alle vormen die je in Fontainebleau ziet, zijn ontstaan door watererosie, waardoor de silica tussen de zandkorrels langzaam oplost. Soms ontstaan nieuwe afzettingen doordat water door bestaande scheuren loopt en silica afzet. Hierdoor krijg je dan van die mooie kwartsplaten waar je klimschoentjes van gaan piepen en de wrijving nihil is.. Ook de Cul de Chien is door watererosie aan z'n vorm gekomen. Regen- en grondwater hebben de silica opgelost. De oude bodem is vervolgens geërodeerd, wat resulteert in een champignon-vormig rotsje.

Cul de Chien. Hoe de Cul de Chien aan z'n vorm komt.

Bovenop de boulders blijven vaak plasjes water staan, waarin de silica (die de boel bij elkaar houdt) oplost. Tijdens regenbuien wordt dit samen met de losse zandkorrels weggespoeld. Hierdoor krijg je een soort gatenkaas, bijzonder fijn als houvast om jezelf bovenop de boulder te wurmen.

Oplossingsholtes (Dissolution bowls)

Je ziet hier en daar een soort olifantenhuid op het oppervlak van de boulders. Deze polygone structuren hebben een link met de structuur van de kwartskristallen, waarbij de zwakke plekken in de atoomstructuur als eerste oplossen en er mooi patroon ontstaat.

Olifantenhuid. Atoomstructuur van kwarts.

Hoe meer je weet, hoe meer details je gaat zien als je de volgende keer door het bos van Fontainebleau loopt!

© MS